Klachten na pre-eclampsie 

 

 

Meestal houdt een vrouw die pre-eclampsie heeft gehad, hier geen blijvende lichamelijke schade aan over. Zo zullen nieren en lever meestal na enige tijd weer normaal gaan werken. Hoewel soms na weken tot maanden nog lichte afwijkingen kunnen worden gevonden bij laboratorium onderzoek. Slechts in zeer zeldzame gevallen van heel ernstig verlopende pre-eclampsie houdt een vrouw blijvende problemen over. Maar dit is meer uitzondering dan regel. 

Wel is het zo dat na een pre-eclampsie de vrouw heel lang klachten kan blijven houden. Dit heeft te maken met het lichaam, dat na ernstig ziek te zijn geweest weer moet herstellen. Veel vrouwen met een ernstige pre-eclampsie bevallen d.m.v. een keizersnede en ook dit is van invloed op de lichamelijke toestand. Maar anderzijds spelen ook niet lichamelijke zaken een belangrijke rol. 

Veel moeders (en dus ook vaders) na pre-eclampsie hebben namelijk een kind gekregen dat  gedurende lange tijd (weken tot maanden) in de couveuse zal verblijven. Tijdens die couveuse periode zullen er met de baby vaak grotere en kleinere problemen zijn van medische, sociale en praktische aard. Al deze problemen komen nog eens bovenop de toch al matige lichamelijke toestand. Het is daarom niet vreemd, dat een moeder deze zware last niet zomaar kan dragen en zich dus gedurende langere tijd niet fit zal voelen. 

Naast de moeders die de problemen hebben met een vaak te vroeg en te klein geboren kind zijn er ook moeders die helemaal geen kind meer hebben. Want bij pre-eclampsie komt het helaas voor dat een baby in de buik of na de bevalling komt te overlijden. Het verdriet en de verwerking van dit verdriet is ook een zware belasting voor moeder (en vader). 

Al deze factoren kunnen er toe lijden dat men tot lang na de bevalling, soms tot die jaar na dato, allerlei klachten zal blijven houden die kunnen variŽren van moeheid, lusteloosheid, duizeligheid, concentratieverlies en een verminderd geheugen maar ook andere vormen kunnen aannemen. 

Belangrijk is in te zien dat deze klachten vrijwel nooit zuiver lichamelijk of zuiver psychisch zijn maar meestal een combinatie van de hierboven beschreven factoren en uiteindelijk, zij het soms pas na jaren, weer verdwijnen.