Klachten en verschijnselen tijdens pre-eclampsie 

 

 

Pre-eclampsie treedt meestal pas op na de 24e week van de zwangerschap, hoewel in uitzonderingsgevallen ook wel eens eerder. Het is niet ongewoon dat de klachten pas na de bevalling ontstaan. Zelfs bij vrouwen die voor de bevalling helemaal nergens last van hadden, kunnen na de bevalling zeer ernstige klachten ontstaan waardoor ze alsnog ernstig ziek worden. In het algemeen stelt men dat 48 tot 72 uur na de bevalling de kans op het ontstaan van pre-eclampsie, HELLP syndroom en eclampsie is verdwenen. 

De klachten die optreden zijn wisselend. Sommige vrouwen merken er weinig van. Weer andere hebben juist veel klachten. Klachten die horen bij pre-eclampsie zijn hoofdpijn, misselijkheid, vlekjes zien, wazig zien, tintelingen, een pijnlijk gespannen gevoel boven in de buik en het opzwellen van vingers, enkels en andere delen van het lichaam door het vasthouden van vocht. Bij ernstige vromen van pre-eclampsie en HELLP syndroom kunnen stuipen (eclampsie) bij moeder optreden. 

De klachten worden meestal veroorzaakt doordat organen als gevolg van pre-eclampsie niet goed meer functioneren. Zo komen bijvoorbeeld de vochtophopingen tot stand doordat bloedvaten meer doorlaatbaar (poreus) worden waardoor meer vocht uit de bloedvaten kan weglekken en zich ophoopt in de weefsel van bijvoorbeeld de enkels, vingers of het gezicht.
Niet elke vrouw heeft dezelfde klachten. Vooral als er klachten optreden die niet duidelijk bij pre-eclampsie horen, kan het voorkomen dat men in eerste aan een andere aandoening denkt.

Omdat ook de bloedvaten van de nieren poreuzer zijn geworden kan eiwit weglekken naar de urine. Bij laboratorium onderzoek van de urine zal men dan ook eiwit aantreffen. Daarnaast kunnen op het bloed testen worden uitgevoerd waardoor het minder goed functioneren van nieren en lever kan worden aangetoond. Deze laboratorium testen zullen dan ook vaak worden uitgevoerd bij vrouwen met pre-eclampsie om na te gaan hoe ziek zij zijn. Bij pre-eclampsie is er een kans
dat de bloedstolling extra wordt geactiveerd. Ook dit laatste is in het bloed terug te vinden. 
Een ander gevolg van preeclampsie is dat de moederkoek minder goed doorbloed wordt, waardoor de baby minder voedingsstoffen en zuurstof krijgt. Als gevolg hiervan zal de baby minder vaak en minder heftig gaan bewegen. Een zwangere vrouw zal dit merken. Elke baby heeft zijn eigen manier van bewegen en niet elke baby zal even vaak bewegen. Ook de plaats van de moederkoek zal een invloed hebben op hoe goed de moeder de baby kan voelen bewegen. De meeste zwangere vrouwen weten hoe hun baby beweegt en als dit patroon verandert is dat een reden voor ongerustheid. Hoewel de baby ook gewoon kan slapen, is een ongewone verandering van de bewegingen toch een verschijnsel dat serieus genomen moet worden. Bij twijfel is het daarom aan te raden om contact op te nemen met uw verloskundige, huisarts of gynaecoloog.

Want als een vrouw pre-eclampsie heeft kan dit verschijnsel van minder bewegen door de baby een teken van een dreigend tekort aan zuurstof zijn. 

Een zeldzame maar gevaarlijke complicatie van pre-eclampsie kan het loslaten van de moederkoek zijn. Als dit optreedt wordt de zuurstof voorziening van de baby acuut bedreigd en kan het overlijden van de baby dreigen. Bij zo'n loslating treden soms, maar lang niet altijd, de volgende klachten op: vaginaal bloedverlies, buikpijn, heftige weeŽn of harde buiken die snel achter elkaar optreden of zelfs helemaal niet stoppen (de buik kan dan als een plank aanvoelen). Soms wordt dit vooraf gegaan door een periode waarin de vrouw de baby niet of veel minder voelt bewegen. Omdat een loslating van de moederkoek een zeer bedreigende situatie is, is het raadzaam zijn om bij het optreden van deze verschijnselen contact op te nemen met uw verloskundige, huisarts of gynaecoloog. 

De meeste klachten die door pre-eclampsie worden veroorzaakt verdwijnen na de bevalling weer, hoewel het soms tot een jaar kan duren voordat men zich weer helemaal fit voelt. Meestal houdt men aan pre-eclampsie geen blijvende schade over aan nieren, lever of andere organen.